|
GEEF ELK KIND EEN PLUIM EN HET KAN VLIEGEN ! Elk kind is uniek. Elk kind is anders. Elk kind heeft sterke kanten, maar ook zwakkere punten. Door extra zorg geven wij die zorgkinderen de nodige aandacht. Wij geven elk kind een pluim, dan kan het VLIEGEN ! We zijn bezorgd om alle kinderen. En omdat sommige kinderen mèèr zorg nodig hebben dan andere, geven wij die zorgkinderen aangepaste hulp, goede hulp. Daarom hebben wij op school een zorgplan. Zorgen voor elk kind. Wij willen elk kind met zijn eigen zorgen en vragen op het spoor komen. Kinderen vertellen ons heel veel, gewoon door iets te komen vertellen, maar wij vangen ook heel wat non-verbale signalen op. Kinderen vertellen ons heel veel via hun lichaamstaal. Zo proberen wij kinderen te begrijpen, te verstaan en te helpen.
In de loop van het schooljaar nemen wij testen af van de verschillende leerlingen in alle klassen van het derde kleuter tot en met het zesde leerjaar. · In het derde kleuter nemen we in de loop van de maand februari een test af om al vroeg tekorten op het spoor te komen. Kunnen deze kinderen zich uitdrukken (taal), kunnen zij overweg met getallen en begrippen (rekenen). We peilen ook naar ruimtelijk inzicht, naar tekenen en schrijven. TOETERTESTEN EN REKENBEGRIPPEN ·Vanaf het eerste leerjaar tot en met het zesde leerjaar testen we alle kinderen tweemaal per jaar. We kijken hoe goed de kinderen gevorderd zijn voor lezen, we kijken of de leerstof van spelling en wiskunde beheerst zijn. LVSTESTEN VAN GARANT · Vanaf het tweede leerjaar testen wij alle kinderen tweemaal per jaar op de vaardigheden i.v.m. taal: VLOTTESTEN · Vanaf het eerste leerjaar tot en met het vierde leerjaar willen we ook kijken welk leesniveau de kinderen behaald hebben. AVI TESTEN · We kijken ook verder, we kijken hoe de kinderen zich voelen in de klas. Dat doen we natuurlijk elke dag. · We proberen ook na te gaan hoe elk kind zich voelt binnen de omgeving van de klas. Wij noemen dat het “welbevinden”. We willen ook kijken of de kinderen echt interesse hebben voor wat er op school gebeurt, hoe betrokken ze zijn bij het klasgebeuren, wij noemen dat de “betrokkenheid”. We proberen ook te weten te komen hoe een kind in de groep ligt, wie is de populaire figuur in de klas, wie staat een beetje alleen? Hoe reageert dit kind tegenover volwassenen, tegenover zijn klasgenootjes, tegenover zijn meester of juf? Wij noemen dit het “sociale”.
Zo komen wij aan een heleboel informatie, deze informatie houden we bij in een map (Kindvolgsysteem voor de kleuters, leerlingvolgsysteem voor het lager) die elk jaar doorgegeven wordt aan de meester of juf van de volgende klas.
We vragen ook extra informatie over de kinderen, we vragen verslagen op van logopedisten of van andere mensen die met de kinderen helpen. Op basis van deze informatie kunnen wij kijken wie onze zorgkinderen zijn, kinderen die op bepaalde ogenblikken een extra duwtje in de rug nodig hebben.
Wij maken ons zorgen. Als wij ons zorgen maken over een bepaald kind, is het belangrijk dat wij over die zorg kunnen praten. Op een vergadering kunnen de leerkrachten vertellen over hun zorgkinderen. Die vergadering noemen wij het MDO, moeilijke afkorting voor een nog moeilijker woord: het multidisciplinair overleg. Op die vergadering zitten de leerkracht van de klas, de zorgcoördinator (juf Siska), de directeur (meester Jean-Marcel) en de medewerker van het CLB (Elke Tytgat) samen. - De leerkracht van de klas probeert zo duidelijk en goed mogelijk te vertellen waarom hij/zij precies bezorgd is over een bepaald kind. Op welke ogenblikken, tijdens welke momenten gaat het een en ander fout?
- Zijn we bezorgd om wat dit kind weet of kan? (“cognitieve/motorische”)
- Zijn we bezorgd om hoe dit kind zich voelt en gedraagt? (“welbevinden”)
- Zijn we bezorgd om hoe dit kind bezig is met wat op school gebeurt? (“betrokkenheid”)
- Zijn we bezorgd over hoe dit kind zich voelt in de groep? (“sociale”)
- Samen met de andere mensen rond de tafel proberen we ons een zo duidelijk mogelijk beeld te vormen van de bezorgdheid. Samen zoeken we naar oplossingen, wat kunnen we doen om dit kind zijn extra zorg te geven?
- We stellen een plan op over wat we gaan doen. In dit plan krijgt ieder een eigen taak, een eigen rol.
- De leerkracht zal de belangrijkste taak krijgen, hij/zij moet het plan waar maken in zijn/haar klas. De zorgcoördinator zal de leerkracht hierbij helpen. De directie en de mensen van het CLB helpen mee om materialen of andere hulpmiddelen te vinden die kunnen bijdragen tot een oplossing.
Wij betrekken de ouders in onze zorgen. - Wij willen niet alleen en op ons eentje van alles gaan doen op school. Wij willen zoveel mogelijk de ouders van de kinderen waarvoor wij extra bezorgd zijn betrekken in onze plannen. Daarom plannen wij, indien nodig, een gesprek met de ouders waarvan het kind besproken werd op het MDO. We nodigen ouders uit en bespreken samen waarom wij bezorgd zijn, wat we plannen om er aan te doen. We bekijken ook hoe de situatie thuis is. Voelen we dat de situatie thuis anders is dan op school, of herkennen de ouders wat we vertellen? We kijken ook hoe we als leerkracht en als ouder kunnen samenwerken.
Wij zorgen voor onze zorgenkinderen · Wij maken ons plan waar in de klas, dag na dag, week na week. · We sturen bij waar nodig, we bekijken de resultaten. · Na verloop van tijd komen we opnieuw samen op een nieuw MDO. We bespreken wat er gebeurd is in die tijd, hoe hebben we gezorgd, zijn onze zorgen verminderd of helemaal niet, blijft onze bezorgdheid groot of kunnen we al iets geruster zijn? · We plannen nieuwe acties indien die nog nodig zijn. · We vertellen ook aan de ouders hoe de zaken nu evolueren. · Op het einde van het schooljaar is er overleg tussen de leerkracht van deze klas en de leerkracht van het volgende leerjaar. Elk kind wordt besproken. Zo zorgen we ervoor dat we niet elk jaar met dezelfde zorgen moeten starten, maar dat we kunnen verder doen met wat we al weten van het vorige schooljaar.
Op die manier hopen we zo goed mogelijk om te gaan met kinderen die extra zorg nodig hebben. We proberen alle kinderen op een zo hoog mogelijk niveau te brengen. Zo geven we alle kinderen zoveel mogelijk dezelfde kansen. GEEF ELK KIND EEN PLUIM EN HET KAN VLIEGEN ! Omdat wij als school mèèr willen bieden dan het cognitieve en het motorische (het weten en het kennen), werken wij volop aan de sociale vaardigheden van de kinderen. Die vaardigheden zijn van onschatbare waarde om sterk in de wereld/maatschappij te staan. Vandaar onze extra aandacht daarvoor.
Hoe doen wij dat ? Onze kalender Sociale vaardigheden. Wij vinden het zeer belangrijk ook sociaal sterk te staan in de maatschappij. Doelstellingen als: zichzelf voorstellen in groep, naar anderen toestappen en contacten leggen, mekaar waarderen, mekaar een pluim geven, aanmoedigen, gepaste en opbouwende kritiek uiten, opkomen voor jezelf, mekaar helpen, zorgzaam omgaan met materiaal, respect hebben voor, hulp vragen en zorg aanvaarden, leiding geven, meewerken in groepsverband, kritisch nadenken over, zich weerbaar opstellen, zich discreet opstellen, ongelijk toegeven … liggen ons zeer gevoelig.
Daarom gebruiken wij wekelijks onze kalender.
Elke week hangt de leerkracht een kalenderblaadje aan het bord, met daarop een stelling, een opdracht, een mening, een gevoel, … waarrond een kringgesprek gevoerd wordt. Op die manier wordt een sociale vaardigheid geoefend zodat onze kinderen ook op sociaal vlak groeien.
Deze kalender omvat een grote waaier aan sociale vaardigheden. Enkele voorbeelden: { Wie zou jij graag een medaille geven ? Iemand uit de klas. { Stap rond in de klas. Begroet je klasgenootje met een handdruk, een knipoogje, een woord, … { We gaan per twee staan. We gaan spiegelbeeld spelen. Je moet elkaar met de vingertoppen aanraken. { Vertel eens waarin jij héél goed bent. { Wanneer was jij al eens echt verlegen ? { Heb je al eens kriebels in je buik gehad ? Wanneer ? { Geef een ingebeeld stinkende sok door in de klas. { Regendruppels op de rug ! Tik met je vingertoppen op mekaars rug.
Rube, Rutje, Rune, Riet en meester Ronald. Ons maandelijks toneeltje. Verkleed en goedgemutst komen de juffen en meester op de speelplaats. De leerkrachten zijn veranderd in hun typisch persoontje: juf Kathy is brave Riet, juf Karin is slimme Rune, juf Lynn is sluwe Rube, juf Siska is geniepig Rutje en meester Jean-Marcel is de bemiddelende meester Ronald. Rube, Rutje, Rune en Riet zijn kinderen die naar dezelfde school gaan. Meestal loopt er wel iets fout bij Rube en Rutje. Ze zijn onbeleefd, zeggen geen goede morgen bij het binnenkomen van de school, ze hebben mekaar al eens geslagen, ze kunnen geen kritiek verdragen, ze gooien hun papiertjes zomaar op de grond, willen geen schoolgerei uitlenen, willen mekaar niet helpen … Gelukkig zijn Rune en Riet wèl voorbeeldige kinderen en kan meester Ronald de twee deugnieten een lesje leren. Rube en Rutje krijgen èlke maand een TIP. Die stellen ze dan voor aan alle kinderen. De tip wordt goed zichtbaar opgehangen zodat de hele school aandachtig de tip opvolgt. Sociale vaardigheden geëvalueerd op het rapport (lager) Op het rapport wordt naast de evaluatie van wiskunde, taal, Frans, WERO, godsdienst en muzische vaardigheden ook aandacht geschonken aan attitudes en houdingen. Enkele voorbeelden: { Ik wacht en luister tot ik aan de beurt ben. { Ik draag zorg voor mijn materiaal. { Ik werk taken af en verbeter ze. { Ik leer me beheersen. { Ik plan mijn werk. Wat doe ik eerst ? en dan ? { Ik gedraag me veilig.{ Ik zet me in voor een nette omgeving. { Ik zoek op een degelijke wijze informatie op. { Ik geef de anderen wel eens een complimentje. { Ik kan goed samenwerken.
De leerkracht beoordeelt elk item, maar ook de kinderen zelf en de ouders kunnen hun beoordeling noteren. Zo leren de kinderen zichzelf te evalueren. GEEF ELK KIND EEN PLUIM EN HET KAN VLIEGEN ! In ons zorgplan staat dat wij de kinderen preventief willen werken. “Voorkomen is beter dan genezen”, zegt een spreekwoord. en dat willen wij … Hoe pakken we dit aan ? LEREN LEREN : DE BEERJTES VAN MEICHENBAUM Reeds van in de peuterklas maken de kinderen kennis met Winnie de Poeh. Via Winnie de Poeh leert juf Kathy haar peuters en kleuters twee vaardigheden: § Ik luister.§ Ik zit stil. In de tweede en derde kleuterklas leert juf Karin de kleuters een paar vaardigheden bij. § Ik kijk.§ Ik steek mijn vinger op.§ Ik zwijg.§ Ik denk na. Elke vaardigheid wordt door Winnie de Poeh uitgebeeld, dit is een belangrijke visuele steun voor de kinderen. Dit dagelijkse gebruik leidt tot een belangrijke basisattitude voor het LEREN LEREN.
Vanaf het eerste leerjaar leert juf Lynn haar leerlingen de vier grote berenstappen aan: § Wat moet ik doen ?§ Hoe ga ik het doen ?§ Ik doe mijn werk.§ Ik kijk mijn werk na.
In de bovenbouw, vanaf het vierde leerjaar, worden deze stappen verder gebruikt. Deze vier stappen worden nadrukkelijk gebruikt in lessen zoals: spreken (spreekbeurt voorbereiden), creatief schrijven (opstel schrijven), muzische (beeldend bezig zijn - een kunstwerk creëren) e.a. Elke leerling heeft op de lessenaar een kaartje met daarop de vier berenstappen. Op elk moment van de dag kan hij/zij de stappen gebruiken. Dit leidt tot een automatisme waarbij het kind steeds nadenkt voor hij/zij begint, kort denkt hoe hij/zij te werk zal gaan, aandacht besteedt tijdens de taak en het resultaat controleert. Wat moet ik doen ? Hoe ga ik het doen ? Ik doe mijn werk. Ik kijk mijn werk na.
GROOT AANBOD VAN WERKVORMEN Wij opteren ervoor om een zo’n groot mogelijke waaier aan werkvormen aan te bieden. Zo zijn de kinderen interactief bezig. Op die manier leren ze vlotter en zijn de kinderen sterk betrokken. Gevolg hiervan is een grotere leerwinst. Enkele voorbeelden: § Observeren § Demonstreren § Voorlezen § Vertellen § Hoekenwerking § Brainstorming § Stellingnamespel § Computergebruik § Groepswerk § Contractwerk § Kringgesprek § Partnerwerk § Coöperatief leren § Niveaulezen – contractlezen – tandemlezen § Discussiëren § Zelfstandig leren § Quiz
OP STAP NAAR HET SECUNDAIR ONDERWIJS De grote stap naar het secundair onderwijs willen wij zo klein mogelijk houden. I.s.m. het CLB (centrum voor leerlingbegeleiding) worden er speciale lessen gegeven om de keuze voor de zesdeklassers te vergemakkelijken. De kinderen van het zesde leerjaar van Beauvoorde en Houtem komen samen om de voorbereiding naar de “grote school” te beleven samen met meester Jean-Marcel. Ze krijgen een overzicht van het studieaanbod in de regio Westhoek.
Ook de ouders worden sterk betrokken bij die keuze. Er wordt een info avond georganiseerd, waarbij een vertegenwoordiger van het CLB (Mieke Gunst) aanwezig is, die op vele vragen van ouders een antwoord klaar heeft.
Er wordt van elke leerling van het zesde leerjaar een BaSo fiche opgemaakt, waarop belangrijke informatie wordt vermeld van de schoolverlater. Dit document wordt opgesteld door de leerkrachten van het zesde leerjaar, de ouders en het CLB. Er wordt ook een advies meegedeeld. LEREN LEREN MET PAUL MAES Op woensdag 27 mei 2009 organiseren wij een info avond voor alle leerlingen uit de derde graad samen met hun ouders en leerkrachten. Dit is een interactief theaterstuk gebracht door professor Paul Maes. Juf Siska verwerkt die voorstelling in de klas. Preventie en remediëring Het leerbedreigde kind krijgt prioriteit met indien nodig een individuele behandeling in klas, in de hoekenwerking, in het GOK-uurtje. 1) Veiligheid rond en in de school 2) Optimaliseren zorgdossier en zorgwerking 3) Ruimte scheppen voor individuele keuzes en het werken op eigen tempo (contract- en hoekenwerk) 4) Huisbezoeken 5) Leeruitstappen 6) Leerlingen verantwoordelijk maken voor eigen leren leren 7) voorkomen van problemen door: - gestructureerd les te geven. - stap voor stap aanbrengen van nieuwe leerstof (concreet, schematisch en abstract). - op cruciale momenten de aandacht van elkeen op te eisen. - door leerlingen blijvend te motiveren (welbevinden). - gedifferentieerd te werken (tijd, opdrachten, werkvormen). - aanreiken van oplossingsstrategieën (beertjes, strategiekaarten) 8) problemen te remediëren door - verlengde instructie - extra aandacht voor, extra aan bod laten komen van die lln die het moeilijk hebben. - bijwerken in GOK-uurtje of in hoekenwerk - gedifferentieerd te werken (tijd, opdrachten, werkvormen). - aanreiken van oplossingsstrategieën (beertjes, strategiekaarten) - Via testresultaten wordt er bijgewerkt; bij serieuze achterstanden wordt hulp ingeroepen van het CLB.
Taalvaardigheid 1) taalrijk aanbod geven: dagelijkse routines benutten om taal aan te bieden en gesprekjes aan te knopen 2) Dag Jules (jongste kleuters) 3) de hele dag aandacht besteden aan taal 4) voldoende mogelijkheden bieden tot interactief leren: OLG, kringgesprek, hoekenwerk, groepswerk… 5 lees- en schrijfhoek in hoekenwerk, + specifieke lessen spreken, luisteren en creatief schrijven 6) taalarme leerlingen extra kansen geven door ze extra aan bod te laten komen. 7) taalarme leerlingen een half uurtje taalbad laten volgen. (GOK: Alessio, Lenny, Menzo, Océane, Louise, …) 8 niveaulezen + tandemlezen + contractlezen 9) Rube Rutje Rune en meester Ronald 10 Bezoek brengen aan het Casino Koksijde + cultuur en taal bijbrengen 11) Leesbevorderende activitieiten: bib, boekpromotie, creatieve werkvormen, niveaulezen, tandemlezen, contractlezen, … 12) Tijd voor vertelmomenten Leren leren 1) Beertjes vanaf K1 tot L6 2) samenvattingen maken (woordspinnen, markeringen) 3) klassikaal inoefenen als voorbeeld voor hoe je het thuis moet doen, zonder hulp van volwassene 4) plannen met behulp van de agenda 5) contractwerk 6) schooltas maken 7) bundel vanuit zorg: Leren Leren 8) avond voor bovenbouw met Paul Maes: Leren Leren 9) specifieke lessen leren leren bij meester Jean-Marcel (wero)(1 x 3 jaar leren leren)
Welbevinden 1) sociale vaardigheden: kalender 2) gesprek met ll in GOK bij emotionele problemen, rouwen, verdriet, … 3 dagelijkse gewoontes aanleren (structuur) 4) hoekenwerk (vrije keuze) 5) af en toe laten kiezen in restminuutjes (voorlezen, taalspelletje, zingen …) 6) wero zo werkelijkheidsgetrouw uitbouwen 7) informele en formele afspraken met collega’s ter bevordering van de doorstroom van info, afspraken en aanpak omtrent elk kind (o.a. overgangsgesprekken, MDO’s,…). 8) beloningssysteem 9) alle taken van de kinderen corrigeren en een woordje noteren of een stickertje kleven 10) ruim en gevarieerd aanbod van muzische activiteiten (leerplan=richtlijn) 11) tijd maken om problemen te bespreken (vb. na speeltijd,…) 12) sociale competenties (blad in te vullen bij examens) 13) enquête door de lln in te vullen + camera : synthese maken 14) leerkrachten spelen elke maand een toneeltje i.v.m. Rube Rutje Rune en meester Ronald: taalvaardigheid en sociale vaardigheden 15) project rond pesten: gesprekken met de leerlingen 16) No Blame 17) Dansmiddagen, krijtjesdagen, … 18) kerstmarkt 19) Kerstkaartjes maken en versturen (bovenbouw), eenzame, oudere mensen uit Houtem (in rusthuis, ziekenhuis) 20) leerkrachtenenquête
LVS 1) kort noteren van problemen tijdens de les (naam in kantlijn bij les) 2) observaties in de kleuterklas en in de benedenbouw 3) na testen een evaluatie maken (overzicht) 4) rekenbegrippen, toetertest, GARANT, LVS, AVI en VLOT 5) a.d.h.v. de resultaten bijsturen 6) MDO voorbereiden op fiches 7) informele en formele gesprekken met collega’s (o.a. overgangsgesprekken) 8) inschakelen van zorgcoördinator en CLB indien nodig; ingrepen evalueren op hun effect tijdens MDO-besprekingen en nadien bijsturen. 9) Ouders onmiddellijk contacteren bij zorgen i.v.m. hun kind, samen oplossingen zoeken Doorstroming 1) groeiboekje metend rekenen 2) klaswijzer k1 tot L6 3) overgangsgesprekken 4) werothema’s doorgeven + verticale leerlijn bijhouden 5) KVS en LVS per kind 6) informele en formele gesprekken met collega’s 7) MDO’s 8) zorgcoördinator 9) CLB 10) verticale leerlijn leren leren 11) verticale leerlijn kaartgebruik, tijdsgebruik,… 12) verticale leerlijn sociale vaardigheden 13) methodegebonden vakken zoals verkeer, godsdienst, wiskunde, Nederlands, schrift. Klasoverschrijdende activiteiten: paddestoelen kookles, kerstmarkt, paasknutselnamiddag, eucharistievieringen, wandeling broederlijk delen … 14) Evalueren en rapporteren 15) Advies aan leerlingen en ouders : kerstperiode en einde schooljaar (rapportbesprekingen) 16) BASO-fiche + lessen en boekje : Op weg naar het secundair" Ism CLB 17) Verwelkomingsboekje of infobrochure nieuwe leerlingen 18) Nieuwsbrieven doorheen het schooljaar 19) Fotodagboek van het voorbije schooljaar voor elk gezin 20) Heen- en weer schrifjte en schoolagenda 21) Leren kiezen: hoekenwerk van K1 tot L6 22) Activiteiten overgang kleuter – lager en 3de leerjaar – 4de leerjaar ICT 1) wekelijks in hoekenwerk 2) dagelijks in de klas 3) dagelijks tijdens contractwerk 4) zie overzichtsblad (pedagogische studiedag rond ICT) Socio-emotionele ontwikkeling 1) veiligheid en geborgenheid in de klassen en op de speelplaats 2) positief zelfbeeld ontwikkelen: zelfevaluaties 3) evalueren en rapporteren van sociale vaardigheden 4) veilig en warm klasklimaat, sfeervolle momenten: kerstmarkt, schoolfeest, sint Maartensfeest, … 5) structuur aanbieden 6) observaties en gesprekken 7) conflicten bespreken 8) pestproject 9) Het klopkot 10) Rube Rutje Rune en meester Ronald 11) Omgaan met gevoelens en deze bespreekbaar maken 12) MDO 13) Aandacht voor kinderen die tijdelijk een eigen problematiek kennen (problemen thuis …) 14) Een doos vol gevoelens : kleuters + benedenbouw
Diverse 1) communicatie met ouders via gesprekken voor en na school, agenda, telefoon, rapport, huisbezoeken, oudercontactavonden, kaas-en breughelavond, rapportavonden, sinterklaasfeest, schoolfeest, ouderraad, … 2) blijvend bijscholen via bijscholingsinitiatieven, pedagogische studiedagen, PV, indiviudeel opzoekingswerk 3) fruitdag, naschoolse sport, turnlessen, zwemlessen : gezondsheidsbeleid 4) driejaarlijkse bevraging ouders – lkr –welbevinden 5) meepraten – oudercomité
|