Vrije Basisschool Houtem

Home arrow ICT arrow Visietekst ICT
zoekwoord
Newsfeed

Visietekst PDF Afdrukken E-mail
Als ICT op alle aspecten van de samenleving en haar organisaties een invloed heeft, zijn er geen redenen om aan te nemen dat die technologie op het onderwijs geen impact zou hebben. Onderwijs is een activiteit die voor het grootste deel via beheersing van communicatie- en informatiestromen tussen en binnen het team en de leerlingengroepen tot stand komt.

Dus omdat ICT nu eenmaal deel uitmaakt van de “wereld” en het onderwijs een afspiegeling is van deze maatschappij wordt ICT een onderdeel van ons onderwijs in onze school. 

De elementen die kaderen in onze beleidsvoering.

1)Werken aan en vanuit de visie van de school op ICT

Een ICT-beleid steunt op 3 pijlers  
–het ondersteunen van primaire leerprocessen.(de leerlingen kunnen het medium hanteren, ze hebben voldoende praktische kennis om met het medium te werken.  De leerlijnen kunnen voor elke klas uitgetekend worden en geëvalueerd )
-de leerlingen en de leerkrachten worden zich bewust van de mogelijkheden van dit nieuwe medium. (In ons eerder afgesloten agrarisch gebied met een zeer beperkte aanbieding van culturele evenementen kan dit medium voor onze leerlingen een venster betekenen naar de wereld.)
-de leerlingen en de leerkrachten leren het medium hanteren als ondersteuning van...  inoefening... en zorgverbreding van het leren in de klas zelf.  
Daarom wordt er zorg besteed aan het proces van implementatie van ICT als 'onderwijsvernieuwing'
De bedoelde onderwijsverbeteringen lopen niet vast op het onderschatten van de complexiteit van veranderen van mensen en organisaties. Het integreren van ICT in de aanpak van het onderwijs wordt goed doordacht. Het beleid voeren zal betekenen dat er zorgvuldig bij de beginsituatie aangesloten wordt. Het team wordt (in personeelsvergaderingen en navormingen ) van bewust gemaakt dat ICT op school voor alle leerlingen alsook voor de leerkracht een meerwaarde behelst. Zo zal het team vanuit een gedeelde visie, kleine haalbare stappen zetten. Om onze visie tot uiting te brengen moeten we: 

a)Aandacht hebben voor de professionalisering van het personeelsteam.
Beleid voeren betekent dat voorzien wordt hoe de personeelsleden de nodige competenties en ingesteldheid kunnen verwerven om ICT in de uitvoering van hun opdrachten spontaan mee te nemen. Daartoe behoort enerzijds de externe ondersteuning van personeelsleden (navorming e.d.) Daarom wordt er gedurende de 3 eerst komende schooljaren, ICT-profesionalisering een onderdeel van het prioriteitenplan en staat de deur voor navormingen hieromtrent, wijd open. Maar ook de interne begeleiding van het team. Die laatste vorm van begeleiding kan, mits een goed personeelsbeleid,  op de schouders van  de ICT-coördinator rusten. Zie de minimale ICT-vereisten die de leerkrachten moeten beheersen.  

b)Zorg besteden aan de materiële en organisatorische schoolcontext
Gedurende de voorbije jaren is er reeds heel wat aandacht besteed geweest aan de materiële en organisatorische context voor het gebruik van ICT. Hoofddoel is goede werkplaatscondities creëren want degelijke werkplaatscondities leiden tot betere resultaten zowel bij het personeel als bij de leerlingen. Niets is zo ergerlijk als een slecht functionerende, trage PC. 
-Er wordt gezorgd voor voldoende en degelijke hardware die behoorlijk up to date is. De meeste computers (ook in de kleuterklas) werken met het besturingsprogramma XP. Ze zijn dus behoorlijk recent.
-De computers staan in het onmiddellijk bereik van de leerlingen in de klas. Ze kunnen onmiddellijk opgestart worden van zodra dit medium noodzakelijk is in bepaalde lessen. Bijvoorbeeld: bij een bepaalde probleemstelling.
-Organisatorisch wordt het gebruik van ICT binnen de verschillende leervakken volledig geïntegreerd. Ook het gebruik ervan wordt opgenomen in lesvoorbereiding. Daarnaast wordt gebruik van ICT (gekoppeld aan de 7 competenties) door de leerkrachten bij het voorbereiden van hun lessen, individueel van thuis uit  ingevoerd in het overzicht voor ICT op de server (Pictos). Tezelfdertijd heeft de administrator, na het inloggen, hier een overzicht van.
 
-Bij noodzaak om vernieuwing van hard- of sofware wordt de aankoop hiervan op niveau van het oudercomité verdedigd. Stellen we dat er een vijftig vijftig regeling is (50% van de materialen worden door het oudercomité aangekocht 50 % via de werkingstoelage)
-De schooldirectie staat erop dat het ICT-beleid gedragen wordt door de het volledige schoolteam. Vandaar ook dat het ICT-beleid opgemaakt is in samenspraak met het personeel en de ICT-coördinator. Zodoende dat alle initiatieven of vernieuwingen binnen het kader van een personeelsvergadering aan alle personeelsleden voorgelegd worden ter bespreking of evaluatie zodat het opgenomen kan worden binnen het volledige ICT-beleid van de school.
 
1. Werken aan de school-als-organisatie
 Er worden voorwaarden gecreëerd om doeltreffend en efficiënt onderwijs te kunnen realiseren d.m.v. I.C.T. instrumenten. (dit omhelst het computerpark, de netwerkverbindingen, digitaal fototoestel, digitale filmcamera, gebruik van printers,...)
Ze moeten ervoor zorgen dat iedereen vlot zijn kerntaken kan uitvoeren, zonder veel te moeten investeren in taken die niets met specifieke onderwijsdeskundigheid te maken hebben. Denk maar aan teksten typen en reproduceren, documenten klasseren, documentatiebronnen opzoeken enz. Samen: schoolleiding, ICT- coördinator en leerkachten wordt een I.C.T- werkplan opgesteld. Daarin zijn de 7 domeinen die door de overheid door de leerlingen beheerst moeten worden, deels vertaald naar specifieke vaardigheden en doelstellingen.

 Een deel uit dit werkplan situeert zicht rond:
  • het uitwerken en bijsturen van het pedagogisch project van de school.
  • zicht houden op alle onderdelen van het curriculum (leerplannen en eindtermen) en de samenhang ervan. Daarvoor ontwikkelings- of leerlijnen voor de verschillende groepen of leerjaren uittekenen. En zorgen voor de horizontale en verticale samenhang van het onderwijsaanbod in de verschillende groepen.
  • de onderwijskundige vorming van de teamleden (via nascholing, interne en externe begeleiding, vakgroepwerking, participatie aan schooloverstijgende netwerken...) plannen en opvolgen.
  • door het team gekozen vernieuwingsinitiatieven (o.a. vastgelegd in de schoolwerkplanning, in verslagen van personeelsvergaderingen, in rapporten) opvolgen.
  • zorgvuldig, vanuit een pedagogisch concept, menskracht en materiële middelen beheren. Denk aan de verdeling van opdrachten over de personeelsleden, de aanwending van de werkingsmiddelen, het efficiënt gebruik van de bestaande infrastructuur en de leermiddelen.
  • zorgen voor een goede interne communicatie over de leerresultaten en over de wijze waarop de bijzondere zorgvragen van leerlingen, op school- en klasniveau, best aangepakt worden.
  • communiceren naar buiten: met de ouders, met de onderwijsondersteuningsdiensten, met de onderwijsinspectie, met de lokale gemeenschap. Denk aan de voorstelling van de werking van de school of het opmaken van een schooldossier voor verantwoording naar externen.
  • een jaarplanning opmaken, waarin aangegeven is wanneer en hoe de onderdelen van het curriculum gedurende het jaar aan bod komen;
  • communiceren (rapporteren) over de vorderingen van de leerlingen, o.a. in het kader van de zorgverbreding. Denk aan de voorbereiding van het multidisciplinair overleg met het CLB en de zorgbegeleider, aan de voorbereiding van het oudercontact of de communicatie met het kind en zijn ouders over zijn vorderingen en over speciale vormen van ondersteuning.
  • een elektronisch klasboek/agenda waarin de leerkracht het volgende kan opslaan en raadplegen: identificatiegegevens van leerlingen die voor de ondersteuning van de individuele leerlingen relevant zijn, educatief bronnenmateriaal, de doelstellingen van de verschillende onderwijsleeractiviteiten van een hele dag of een week, week- en jaarplanning, door hemzelf of collega's uitgewerkte lessen(reeksen), geplande activiteiten voor hoekenwerk, beheer van het contractwerk enz.
  • de leerresultaten per leerling en voor de hele klas. De ingebrachte outputgegevens kunnen daarbij vergeleken worden met de resultaten van een steekproef van leerlingen met gelijkaardige beginsituatie en herkomstkenmerken. De interpretatie van de leerlingenresultaten, zoals de mate van leerwinst, wordt zodoende al vergaand voorbereid.
Er kan hierbij aan volgende ICT-toepassingen gedacht worden binnen de groep van leerkrachten binnen een personeelsvergadering of evaluatie-vergadering rond ICT.Aandacht hebben voor:
- tekstverwerking , lay out
                                  
- nieuwe educatieve websites
                                  
- bestanden aanleggen en raadplegen
                                  
- doorspelen van degelijke websites en ze ook raadplegen
                                  
- audiovisuele presentatie van informatie
                                  
- elektronische communicatieplatformen
Dit alles bespreekbaar houden en eventueel toepassen kan leiden tot een betere uitvoering van die taak, nauwkeuriger of méér informatieverstrekking bieden, met minder planlast voor de leerkrachten, met meer structuur en meer samenhang in gegevens en beslissingen, met overzichtelijker en aantrekkelijker presentatie van de boodschap enz.
Daarnaast kan de elektronische verwerking van gegevens méér mogelijkheden bieden. Gegevens in dossiers, planningsinstrumenten, informatiebrochures enz. kunnen gemakkelijker geactualiseerd worden. Dezelfde gegevens kunnen op verschillende wijzen gestructureerd worden.
 2. Ondersteuning van het onderwijsleerproces ( primair proces van het onderwijs)
 De ondersteuning van het leerproces van elke leerling is waar het op school finaal allemaal om gaat.
Dat primair proces speelt zich af in de interactie tussen de leerling en de leerkracht. 'Leerkracht' dient weliswaar ruim opgevat als alle elementen van een leeromgeving die het leerproces sturen. Het begrip slaat in die zin ook terug op alles wat een 'menselijke' leerkracht vervangt of aanvult, alles wat bepaalde didactische functies geheel of gedeeltelijk van hem overneemt.
Die opdrachten of functies hebben, algemeen geformuleerd, te maken met het creëren van krachtige ( doelgerichte, uitnodigende, aan de lerende aangepaste) leeromgevingen.
Met die laatste uitdrukking verwijzen we nota bene naar de visie op onderwijzen waarbij niet zozeer de nadruk ligt op 'leerlingen informatie aanbieden die het resultaat is van een kennis-constructie-proces', maar wel op het helpen van leerlingen om met informatie zelf kennis te construeren. Hierbij is de lerende zeer actief. Concreet betekent dit:
-
hij legt bijvoorbeeld verbanden met wat hij al kent en kan.                             
-hij legt originele relaties tussen bepaalde gegevens.
                            
-hij tracht er een structuur aan te geven.
                            
-hij toetst zijn inzichten aan die van anderen.
                             
-hij neemt kritisch afstand van de informatie of neemt gegevens die bij zijn doelstellingen (bv. een probleem oplossen) past, van anderen over.
                             
-hij evalueert datgene dat hij als oplossing bedacht heeft, hij staat stil bij het verloop van zijn eigen leerproces en stuurt dat leerproces bij.

Welke vormen van ICT kunnen voor de hierboven toegelichte primaire onderwijstaak iets betekenen?

Het gebruik van de computer moet zich vooral baseren op de aard van de leerprocessen. Het is daarbij de opdracht van het team om de verscheidenheid van de mogelijke leerprocessen bij het gebruik van de computer te hanteren.
 

1)Eerste mogelijke vorm van leerproces.
Bij deze toepassing van de computer neemt de (menselijke) leerkracht in sterke mate het beheer over het onderwijsleerproces op zich. Hij schakelt ICT op bepaalde momenten voor bepaalde didactische operaties in. Dan is ICT  als het ware een verlengstuk van de menselijke leerkracht.
De ontwikkeling van computers tot multimediale systemen zorgt ervoor dat computers nu heel geschikt zijn voor een audiovisuele (aanschouwelijke) presentatie van informatie. Als de leerkracht nog meer naar de achtergrond verdwijnt en de leerlingen zichzelf evalueren (bijvoorbeeld bij eenvoudig contractwerk), dan komen we in de volgende
categorie van toepassingen terecht. 
2)Tweede mogelijke vorm van leerproces.
Leren door middel van de computer of computerondersteund leren.
Dat houdt in dat het onderwijsleerproces min of meer door de educatieve software (het computerprogramma) gestuurd wordt. De leerkracht is als het ware door het leermiddel vervangen. De elementaire didactische handelingen (onderwijsleerfuncties) worden door de computer beheerd. Vandaar dat men ook spreekt van: de computer als leraar.
Naargelang van het soort leerproces waar dergelijke toepassingen vooral bruikbaar voor zijn, maakt men dan nog eens een onderscheid tussen bijvoorbeeld de volgende soorten programmatuur.
Oefen- of drilprogramma's
De computer is daarbij een inoefenmachine
Hij ondersteunt….
·        de toepassing van algoritmen en technieken (zoals de vervoeging van de werkwoorden: Jan en An .....een appel (eten), de vier hoofdbewerkingen: 3 x 9 = . ;of: 5 x . = 25 of een getallenslang met gegeven begin- en eindpunt vervolledigen),
·        het inprenten van feitenkennis ( bijvoorbeeld de naam en de ligging van aardrijkskundige streken),
·        het verwerven van een elementaire woordenschat (bijvoorbeeld het benoemen van kleuren en van allerlei voorwerpen, dieren en mensen die bij een thema (en plaatjes) horen; benoemen van gevoelens bij plaatjes van gezichten of situaties, inoefenen van getallenkennis, bij woorden of afbeeldingen het woord uit de vreemde taal plaatsen, bij plaatjes of trefwoorden het juiste spreekwoord plaatsen, klok lezen),
·        het leren zintuiglijk discrimineren (via legpuzzels of andere programma's die leerlingen uitnodigen om visuele componenten in beelden te herkennen of om met componenten complexe figuren op te bouwen (cf. letters en woorden), via kleurboeken, via programma's die vragen naar het opmerken van verschillen en gelijkenissen, naar het herkennen elementaire geometrische figuren...onder andere als de voorbereiding op technisch lezen),
·        het inoefenen van begripskenmerken en relaties die in de les zijn geleerd ( bijvoorbeeld ordenen van groot naar klein, of chronologisch, of van dicht naar ver enz, groeperen volgens een bepaald kenmerk, getalbeelden inoefenen, getallen op verschillende wijzen splitsen.
·        de aanpassing aan de leerling is in alle gevallen vrij rudimentair. De leerling krijgt een juist- of foutmelding, of het programma past de moeilijkheidsgraad van de oefeningen aan de vorderingen van de leerling aan. Strategieën om de opdrachten goed/beter te kunnen uitvoeren dienen in een andere onderwijscontext aangeleerd. Denk aan het activeren van voorkennis, het opdelen van een opdracht in deelopdrachten, het onderscheiden van het wezenlijke en het bijkomstige, controleren enz.

Tutoriële programma's
Daarmee worden begrippen en structuren bijgebracht op de wijze zoals de leerkracht dat doet, als hij een instructiemoment organiseert (directe instructie). Of als hij via een soort 'dialoog' met de leerling bepaalde inzichten helpt ontwikkelen.
Tutoriële programma's verschillen van elkaar door de mate waarin de interactie tussen de leerling en het systeem nauwkeuriger bij de kenmerken of bij de reacties van de leerling aansluit. Men noemt ze in die zin meer of minder 'intelligent'.
Intelligente systemen geven bijvoorbeeld specifieke feedback in de vorm van bijkomende (concreter) uitleg, een aantal eenvoudiger vragen, een herhalingsitem enz.

Simulatieprogramma's

Zulke programma's bieden, in vergelijking met de voorgaande, veel opener leeromgevingen. Beslissingen worden namelijk, binnen de door het programma gecreëerde contouren, aan de leerlingen overgelaten. De gecreëerde omgeving steunt op een vereenvoudigd maar representatief model van de werkelijkheid en lokt problemen uit die zich in de realiteit zouden kunnen stellen. De leerling leert in te grijpen op die situatie door bepaalde waarden aan bepaalde factoren toe te kennen of door uit een ruim aantal operaties te kiezen. Denk aan het invoeren van meetwaarden, aan het bewegen van onderdelen van een technisch systeem (vb CD-ROM 101 uitdagingen)aan het samenstellen van een technisch circuit (bijvoorbeeld een water - of elektrische leiding,... Op die manier leert de leerling in de nagebootste omgeving kennisstructuren en oplossingsstrategieën toepassen.
Tot de categorie van de simulaties behoren ook de computerspellen die de 'speler' in een fictieve (virtuele) omgeving plaatsen en hem daar beslissingen laten nemen.
Het gebruik van de meest frequent gebruikte CD-roms zijn geregistreerd als een deel van de technische fiche.
Het gebruik van websites. Het betreft hier vooral het gebruik van internet als leeromgeving.
Internet is een met de computer ontsluitbaar netwerk van informatiesystemen. Die systemen zijn, bij internet, wereldwijd gelinkt en leveren dus een zeer groot en open informatieaanbod Het internet  is voor wie kennis wil ontwikkelen een soort hypertekst of hypermedium. Hij kan er zich in bewegen via allerlei ingangen, in een zelf gekozen volgorde of langs zelf gekozen wegen. Hij moet de informatiesites bijvoorbeeld niet lineair doorlopen, zoals bij een handboek, maar kan zich flexibel van het ene knooppunt naar het andere bewegen (navigeren, surfen). Een leerling die deze omgeving als leeromgeving gebruikt, controleert in die zin ook zelf zijn kenniscontructieproces, uitgaande van zijn behoefte aan meer kennis en inzicht, de oplossing van een probleem of de ontwikkeling van een competentie (bijvoorbeeld de competentie om zich vanuit verschillende bronnen te informeren).
Vanuit een constructivistische visie op leren, biedt het gebruik van internet als open leeromgeving uiteraard nogal wat perspectief. De leerling krijgt namelijk veel kansen om informatie op allerlei wijzen actief te bewerken. Die bewerking betreft bijvoorbeeld het ordenen van gegevens uit opzoekingen, het kwantitatief verwerken van gegevens, vergelijken en kritisch beoordelen van informatie, thema's uitwerken vanuit een eigen concept, resultaten van leerprocessen helder communiceren enz.
Natuurlijk worden de meer gestuurde onderwijsleerprocessen, waaronder de computergestuurde die we hierboven vermeldden, niet overbodig. Men moet als lerende bijvoorbeeld elementaire kennis paraat hebben en instrumentele vaardigheden onder de knie hebben om gericht te kunnen werken. Dat wil vooral zeggen: om niet in het overweldigende informatienetwerk verstrikt te geraken. En veel van die elementaire kennis en vaardigheden Zie specifieke vaardigheden bij leerlingen.

Het elektronisch communiceren
Deze toepassing - de 'C' van ICT - geeft de open ICT-leeromgeving een extra dimensie.
Via e-mail en andere vormen van elektronische communicatie ( met webcam, netwerkgroepen...) kan het dialogisch karakter van het leren of het 'leren van elkaar' worden versterkt.
 Bij het leren, de computer als werktuig gebruikenDe leerling kan de computer tenslotte ook als instrument gebruiken om te rekenen, te schrijven, te tekenen, documentatie bij te houden, zijn werkstukken te illustreren of zijn boodschappen aan anderen audiovisueel te presenteren.
   Taakomschrijving van het personeelslid belast met ICT-coördinatie. 
1. Een vreemde vogel die geen witte raaf mag zijn in het   team?
  • In het basisonderwijs behoort de ICT-coördinator, die vanuit de puntenenveloppe gecreëerd wordt, tot de personeelscategorie van beleids- en ondersteunend personeel. De ICT-coördinator neemt per definitie deel aan het ontwikkelen van het ICT-beleid.
  • Dat de ICT-coördinator - net zoals trouwens de zorgcoördinator -is geen soort 'leerkracht met een speciale opdracht'. De ICT-coördinator die in onze school aangesteld is, wordt beschouwd als een beleids- en ondersteunend personeellid. Hij is ook werkzaam in verschillende scholen van onze scholengemeenschap.
  • De ICT-coördinator ondersteunt de ontwikkeling en de uitvoering van het ICT-beleid op onze school
    Die ondersteuning betreft de verschillende domeinen van dat beleid.
    -werken aan en vanuit de visie van de school op ICT, aansluitend bij taken met betrekking tot de school-als-organisatie, het beheer van het onderwijs aan een leerlingengroep en de directe ondersteuning van onderwijsleerprocessen;
    -zorg besteden aan de implementatie van ICT als (permanente) onderwijsvernieuwing;
    -werken aan de daarbij horende professionalisering van de mensen en
    -zorg besteden aan de materiële en organisatorische context.
  • De ICT- coördinator heeft in onze school mede inspraak in het ICT-beleid alsook in het zoeken van de primaire ondersteunende leerprocessen binnen het gebied van ICT.. Hij moet beschouwd worden als meer dan alleen maar een  technisch assistent.
2. Welke processen kan hij binnen het ICT-beleid helpen leiden ?
 - De coördinator helpt het team zicht te krijgen op de feitelijke integratie van ICT op school en op de verschillende toepassingen van ICT die mogelijks de werking van de school (organisatorisch, pedagogisch) in de toekomst kunnen verbeteren. Dat impliceert dat de ICT-coördinator zich permanent informeert over nieuwe ontwikkelingen, bijvoorbeeld via zelfstudie, participeren aan nascholingsinitiatieven, aan overlegplatformen, aan netwerken van collega's coördinatoren enz.- Bij overleg met de schoolleider en leerkrachten helpt hij meedenken en meewerken aan de meerwaarde van ICT voor verschillende facetten van de schoolwerking. Hij werkt mee aan de algemene kwaliteitsdoelen. - Hij helpt samen met de schoolleider erop toezien dat er een integraal beleid wordt gevoerd. Dat wil zeggen dat er inzake ICT-beslissingen samenhang is tussen bijvoorbeeld het pedagogisch beleid, het personeels- en financieel beleid. - De coördinator zorgt voor planmatigheid in de vernieuwing. Hij helpt eventueel een stappenplan uitzetten.- Hij ziet erop toe dat er, samen met de plannen om nieuwe stappen te zetten in de integratie van ICT, ook maatregelen worden voorzien voor de professionalisering van de mensen die die integratie waarmaken. Meer bepaald gaat het hier om initiatieven die ertoe bijdragen dat de school ook op het gebied van ICT tot een 'professionele leergemeenschap' de teamleden zoal moeten leren, valt voor een groot deel samen met de ICT-competenties voor leerlingen zijn aangegeven. De ICT-coödinator kan er zich in zijn functie als coach goed door laten inspireren.   
4. M.A.W. de ICT-coördinator is lid van het team
Samengevat:*De ICT-coördinator is samen met de schoolleider en het volledige team de gangmaker zijn van een ICT-innovatie.
 *De ICT-coördinator staat in nauw contact onderhoudt met wat op school reilt en zeilt.
  *Hij staat staat open voor de hoge betrokkenheid bij de activiteiten van de leerkrachten.
De minimale ICT-vaardigheden die leerkrachten moeten hebben
.
Technisch: het minimum
*    de computer correct kunnen aan- en uitzetten.
*   USB aansluitingen kunnen gebruiken.Besturingsysteem en Office-applicatie      
*   Windows: basiskennis Verkenner, mappenbeheer en beheer van bestanden.
     
*    Word: basiskennis
     
*     Exel : beperkte kennis
Overige:     
*     Internet behoorlijke kennis
     
*     e-mail : behoorlijke kennis
      
*      grondige kennis van de eigen educatieve softwarepakketten
Hierbij sluit het nascholingsplan aan.
Zie rubriek prioriteiten. 
Aanvullend:De schoolwebsite in onze school ligt niet onder het beheer van de ICT-coördinator, dit wordt gedaan door de administratieve hulp (financiën en de schoolleider) tijdens de vrije tijd.Op de website zijn volgende rubrieken terug te vinden:-schoolinfo:adres en telecomgegevens-leerkrachtenteam: (adres zal wegvallen op vraag van enkele                                       leerkrachten)-klassenverdeling -lessenroosters-kalender-schoolbestuur-schoolreglement-zorgvisie en –beleid.-maandoverzicht maaltijden-pedagogisch project-ICT-visie-schooloverzicht – foto-album activiteiten kaderend binnen sommige domeinen (muzische, verkeersveiligheid,… -